De geur van mijn haar
of je de zee kunt ruiken
nu de wind vrijspel heeft
en geuren door mijn haren waaien
waarin zich wat druppels mengen
van een ooit verteld verhaal
toevertrouwd aan het helderblauwe water
ik raap wat woorden op
te lang begraven op de bodem
die met een kloppend hart
als gezwegen golven van verlangen
eindelijk vloed stromend tot bij me komen
met hun zinnen kneed ik een beeld
schuiven mistflarden langs me heen
en bij de vuurgloed van de zon
die horizon minnende stralen weeft
komt plots een witte meeuw voorbij gevlogen
en vraagt me of ik de ziel van het verhaal begrijp
De vrouw

Dat ene iets
De geur van mijn haar
Slaapwel
Je moet niet bang zijn
De spiegel
Een lichtgevend iets
Mijn wolkje
Het ontwaken van de vreugde
Kruimeltjes
Er was iets
En wat
Nu lente nog even wintert
Waterweerspiegeling
Dezelfde vrouw
Die ene vrouw
Gevecht met de wind
Sporen
Zij de vrouw
Hoe ze
Klein meisje
Zij
Stilte na de storm
Losweken
De vrouw
Nu de avond
Deze nacht
Het zijn
Het avondlicht
Het ikje
Een laatste maal
In je herinnering