Een lichtgevend iets
er kroop onrust in een lichtgevend iets
daarnet mijmerde ze nog op een vederlichte wolk
die zich liet drijven in de zinnen van de wind
en in de lucht gelukkige hemelsluiers schreef
tot ze blikken wierp naar het benedendal
en zag hoe een vrouw schuldige gedachten schreef
ze voelde zich verbonden met haar pijn
proefde van het verdriet dat zo bitter smaakte
ze kwam lichtbrengend dicht bij haar
kleurde grijze spinsels hemelsblauw
in haar schoot legde ze een kristalheldere parel
die als een warme stroom haar ziel ontmoette
emoties eens als een zwerver op de dool
ankerden zich in het gemoed van een bijzonder iets
de vrouw ontdeed zich van haar zwaar beladen mantel
greep gretig naar het omhulsel van het goed gevoel
De vrouw

Dat ene iets
De geur van mijn haar
Slaapwel
Je moet niet bang zijn
De spiegel
Een lichtgevend iets
Mijn wolkje
Het ontwaken van de vreugde
Kruimeltjes
Er was iets
En wat
Nu lente nog even wintert
Waterweerspiegeling
Dezelfde vrouw
Die ene vrouw
Gevecht met de wind
Sporen
Zij de vrouw
Hoe ze
Klein meisje
Zij
Stilte na de storm
Losweken
De vrouw
Nu de avond
Deze nacht
Het zijn
Het avondlicht
Het ikje
Een laatste maal
In je herinnering