Het ikje
onder een hemelsblauwe lucht
in het grasgroenig gras
lijkt een ikje langzaam te ontwaken
ze proeft van de verbazing
kijkt verwonderd in het rond
alsof een begrijphetnietje
stilaan leert begrijpen
al haar grijszwarte spinsels
kleuren plots verrukkelijke gouden draden
ogen zijn speelmakker van de schaduw
maar de zon lacht vrolijk en stuurt warme stralen
en ergens in een boom springt een merel van een tak
spreidt haar vleugels en vliegt de vrijheid tegemoet
het ikje heeft haar masker afgedaan
de loodzware mantel naast zich neergelegd
als een merel pikt ze van de graantjes van het leven
De vrouw

Dat ene iets
De geur van mijn haar
Slaapwel
Je moet niet bang zijn
De spiegel
Een lichtgevend iets
Mijn wolkje
Het ontwaken van de vreugde
Kruimeltjes
Er was iets
En wat
Nu lente nog even wintert
Waterweerspiegeling
Dezelfde vrouw
Die ene vrouw
Gevecht met de wind
Sporen
Zij de vrouw
Hoe ze
Klein meisje
Zij
Stilte na de storm
Losweken
De vrouw
Nu de avond
Deze nacht
Het zijn
Het avondlicht
Het ikje
Een laatste maal
In je herinnering