Zonlicht
en toen het zonlicht
hartverwarmend
met haar zinnen speelde
de schaduw innig
met de herfst danste
en bladeren goudkleurig
rustten op een bed van aarde
juichten woorden
maakten plannen met de herhaling
een late namiddagzon
kleurde gouden stralen in het water
en zij omarmde de warmtebron
ontving de kracht van verder gaan
zag weer een lente na de winter